Ouderwets lekker: grootmoeders appeltaart

Ouderwets lekker: grootmoeders appeltaart

Als ik terugdenk aan mijn oma dan herinner ik me vooral de logeerpartijtjes, spelen in de tuin, de ijscowagen die door de straat reed (ja echt, met zo’n muziekje!) en veel eten. Lekkere pannenkoeken die mijn opa dan koekenpannen noemde en dat vonden wij hilarisch, bitterballen, gevulde eieren en natuurlijk haar recept voor appeltaart! Van alle appeltaarten was die van mijn oma toch altijd het lekkerst. Pas op latere leeftijd leerde ik van mijn ouders haar geheime ingrediënt en waarom de taart dus zo lekker is 😉 Helaas is oma er al een tijdje niet meer, maar af en toe bak ik nog een lekkere appeltaart en denk ik graag aan haar terug.


Wat heb je nodig?

  • 400 gram zelfrijzend bakmeel
  • 200 gram roomboter (kamertemp.)
  • 250 gram suiker
  • 5 grote (zoetzure) appels
  • 50 gram rozijnen
  • 3 eetlepels Stroh Rum
  • 2 eetlepels kaneel
  • 1 ei
  • 1 zakje vanillesuiker
  • paar druppels citroensap
  • snufje zout

Keukenspullen

  • Snijplank
  • Beslagkom 2x
  • Kommetje
  • Springvorm c.a. 26 cm

Bewaaradvies

  • Bewaar de appeltaart maximaal 3 dagen goed afgedekt in de koelkast.

Doe het meel samen met de boter, 200 gram suiker, vanillesuiker en een snufje zout in de beslagkom. Klop het ei los in een apart kommetje en giet de helft hiervan in de beslagkom, de andere helft gebruik je straks voor het bestrijken van het deeg. Kneed het met je handen tot een stevig deeg en verdeel dit in 3 delen: de bodem, de rand en de stroken bovenop.

Was en schil de appels en snijd ze in stukjes. Doe de appelstukjes samen met de rozijnen, kaneel en de rest van de suiker in een kom. Besprenkel met een beetje citroensap en giet vervolgens de Stroh Rum erbij (kan natuurlijk ook andere rum zijn ;-)). Schep het geheel even door zodat de suiker, kaneel en rum goed verdeeld zijn over de appelstukjes.

Vet de springvorm goed in met boter en bestuif daarna met een beetje bloem. Zo voorkom je dat de appeltaart aan de springvorm blijft plakken. Gebruik 1/3 deel van het deeg om de bodem te bekleden. Gebruik nog 1/3 deel om de rand mee te maken. Druk deze goed aan op de bodem, zodat het een geheel wordt. Schep de appelstukjes in de appeltaart en verdeel ze gelijkmatig over de bodem.

Bestuif je (schone!) aanrecht met wat bloem en rol hier het laatste deel van het deeg op uit. Snijd hier repen van en leg deze kruislings over de appeltaart. Druk ze aan de randjes licht aan, zodat ze goed vast blijven zitten aan de randen van de taart. Gebruik de overgebleven helft van het ei om de taart mee te bestrijken. Dit kan je met een kwastje doen, maar de achterkant van een lepel werkt ook prima.

Bak de appeltaart in 60 minuten in het midden van de oven gaar en goudbruin. Laat hem even afkoelen voordat je de springvorm gaat verwijderen. Combineer de taart naar smaak met wat slagroom of een bolletje vanille ijs en geniet 😉

 

 


 



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.